
Voor een beter laseradvies |
|
 |
|
|
|
 |
|
 |

Er zijn drie manieren (vastgesteld door de geldende Europese veiligheidsnormen) om risico's in te schatten en bijgevolg het beschermingsniveau dat het oogbeschermingsmiddel dient te bieden.
|
|
 |
1. CEI 825-Vereiste optische dichtheid (OD). 2. EN 207-Vereist schaalnummer (L) voor de verschillende soorten laser, zoals bepaald in de normen D, I, R of M. 3. EN 208-Vereist schaalnummer (R), zoals bepaald voor zichtbare lasers, uitsluitend indien het nodig is de laserbundel te verzachten en terug te brengen tot een minder gevaarlijk niveau voor het oog, terwijl men naar de bundel kan blijven kijken.
|
|
|
|
 |
|
 |

EMISSIESYSTEMEN VOOR OPTISCHE VEZEL vereisen bijzondere aandacht, aangezien deze een diameter van <1mm hebben. Als er zich geen andere optische bestanddelen op het bundeltraject bevinden, kan het licht dat de vezel verlaat, een afwijking vertonen volgens een relatief grote vastgestelde hoek (het lichtpunt wordt namelijk steeds groter naarmate men zich van het uiteinde van de vezel verwijdert).
|
|
 |
De normen EN207 en CEI825 leggen de minimumafstand tussen het oog en het uiteinde van de vezel vast op 10 cm. Als dit het geval is bij uw toepassing, dan is voor het berekenen de diameter van de bundel gelijk aan de diameter van het lichtpunt dat zich op een afstand van 10 cm van het uiteinde van de optische vezel bevindt.
|
|
 |
|
 |
Op de achterzijde van deze pagina treft u een VRAGENLIJST aan met betrekking tot uw laser. Dankzij de door u ingevulde informatie kunnen wij het vereiste oogbeschermingsniveau voor u berekenen en geschikte oogbeschermingsmiddelen van het assortiment Bollé adviseren.
|
|
|
|
 |
 |
 |

BELANGRIJK :
Voor een zo reëel mogelijke advies is het noodzakelijk de werkomgeving te bestuderen. Zo kunnen wij precies de verschillende parameters van de bundel (energie, oppervlak) vaststellen.
Deze zijn vaak totaal anders dan die van de werkplek.
U moet niet denken dat extreme waarden (maximumenergie, minimumoppervlak) tot de veiligheid bijdragen, want dit leidt tot onbestaande beschermingsmiddelen of tot beschermingsmiddelen met een gevaarlijk lage zichtbare transmissie.
|
|
|
|
 |
|