DE WERKING VAN HET GEZICHTSVERMOGEN

DE WERKING VAN HET GEZICHTSVERMOGEN

BEKIJK ALLE CORRECTIEMONTUREN

Visie

Het gezichtsvermogen start met het vallen van de lichtstralen in het oog door het hoornvlies, het eerste transparante weefsel.

Vervolgens passeren de stralen de pupil waarvan de grootte varieert afhankelijk van de hoeveelheid licht dat het oog binnenvalt.

De stralen passeren vervolgens de ooglens die, door zijn vorm aan te passen, de lichtstralen focust op het netvlies.

De informatie reist vervolgens via de oogzenuw naar de hersenen voor de interpretatie van wat men ziet.

Visie
Myopia (short-sightedness)
Short-sighted people can see close up but objects at a distance are blurred.
This is because the image perceived by the eye is no longer projected perfectly on the retina but in front of it.
Hypermetropia (long-sightedness)
Long-sighted people can see objects at a distance but those close up are blurred.
This is because the image perceived by the eye is no longer projected perfectly on the retina but behind it.
Astigmatism
People with astigmatism have distorted vision at all distances. 
This condition is due to an abnormal curve of the cornea and/or crystalline lens. 
Presbyopia (age-related long-sightedness)
People with presbyopia have blurred near vision (for reading in particular) as, with time, the crystalline lens 
loses its elasticity and its ability to focus on images perceived.